maandag 16 januari 2012

Setty

Sommige mensen zeggen tegen me dat ze het niet zouden aankunnen, de situatie waar ik in zit.
Eerlijk gezegd is dat wat ik drie maanden geleden ook zou hebben gezegd, en het is precies wat ik dacht toen we bij het eerste slecht nieuws gesprek vandaan kwamen: dit kan ik niet aan.

Het is moeilijk je voor te stellen hoe sommige dingen of situaties zullen zijn, als ze er niet of nog niet zijn. Zeker als het situaties zijn die je je helemaal niet wilt hoeven voorstellen. Hoe voelt het om met je hand door een spijker te vallen? Hoe is het als je thuis komt, en je huis is tot de grond afgebrand? Hoe voelt het als je door het ijs zakt en niet meer weet of je naar licht of donker moet zwemmen?

Toen ik zestien was, gebeurde er op de weg voor ons huis een ongeluk. Een harde klap en daarna stilte. Er was een omstreden vluchtheuvel op het midden van de Kruisweg: sinds dat heuveltje geplaatst was, waren er al diverse automobilisten tegen het paaltje gereden. Deze keer was de klap zo hard dat ik naar buiten ging om te kijken. Er stonden al veel mensen te kijken.
Ik zag een rode Volvo stationcar op de weg, met ingedeukte voorkant. De bestuurster zat nog voorin. Een tweede auto, zwaar gehavend, lag half in de sloot naast de weg. De zwaailichten van de ambulances weerspiegelden in het water en schenen over de gezichten van de toeschouwers. Er werd iemand in de ambulance gelegd.
Naast  de sloot, tussen de bomen aan de waterkant, lagen twee zwarte zakken. Het soort zakken ik wel eens op tv bij detective-series had gezien, body bags. Dode mensen.
Een van de toeschouwers zei dat er in de auto een moeder met drie kinderen had gezeten. Ik probeerde me voor te stellen hoe erg dat was: een moeder met haar kinderen dood. Hoe dramatisch het ook klonk, ik kon er niet om huilen. Niet om die hopeloos verfrommelde goudkleurige auto en niet om die twee lijkzakken. Ik vroeg me af of ik er wel om zou kunnen huilen als het iemand zou zijn die ik kende.
Verward lag ik hier even later in mijn bed over na te denken.

De volgende dag belde mijn vriendin I. om te vragen of ik van het ongeluk had gehoord. Ik begon al te vertellen wat ik had gezien  – recht voor onze deur! Ik hoorde een keiharde klap! De Ford Mustang was total loss – toen ze me vertelde dat een meisje uit onze klas in die auto had gezeten. Niet met haar moeder, maar met haar kleine broertje en zusje, en haar oudste zus achter het stuur. Ik ging op de trap zitten en was stil.
In een van die zwarte zakken aan de waterkant had Setty gelegen.
En daar was het antwoord op mijn vraag: ja, daar zou ik heel erg hard om kunnen huilen, als het iemand was die ik kende. Vreselijk hard zelfs, daar op de trap.

Sommige dingen kun je je niet voorstellen, andere dingen wil je je niet voorstellen. En weer andere dingen, die dringen zich opeens op als werkelijkheid en dan kun je je niet meer voorstellen dat het ooit anders was.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen