Posts tonen met het label setty. Alle posts tonen
Posts tonen met het label setty. Alle posts tonen

dinsdag 14 februari 2012

Gebed

Vanochtend voor het eerst in mijn leven een officieel testament ondertekend. We hebben het voogdijschap nu eindelijk echt geregeld. De notaris was gevestigd in Hoofddorp, zodat ik door een wrede speling van het lot na vele jaren weer in Hoofddorp reed. Ik weet in ieder geval nog steeds heel zeker dat ik geen spijt heb van mijn vertrek uit dit uit de kluiten gegroeide dorp.
De notaris voelde zich duidelijk ongemakkelijk toen ik tijdens het voorlezen van het testament in huilen uitbarstte. 
Leest u maar gewoon verder hoor, snikte ik, maar dat vond hij blijkbaar ongepast en hij stopte en zei dat ik mijn tijd moest nemen. Misschien is het wel wettelijk verboden om testamenten voor te lezen als de erflater er doorheen huilt. 
Hij probeerde me op te beuren met een verhaal over een nog jongere moeder, ongeneeslijk ziek en met twee jonge kinderen voor wie hij onlangs ook een testament had gemaakt.

Op de terugweg kwamen we langs de Rooms Katholieke kerk en ik bedacht me opeens dat ik daar even wilde stoppen. 
We parkeerden en liepen naar het kerkhof achter de kerk. Ik wist nog precies in welke hoek van het kerkhof het was. Toen ik aan de Kruisweg woonde, fietste ik er bijna dagelijks langs en ging vaak even kijken. 
Nog altijd staat er geen steen. Ik twijfelde over de plek, omdat er vlak naast elkaar twee graven waren zonder steen. 
Een oudere, gebogen man opende net de voordeur van de kerk en vroeg of we binnen wilden komen. 
Even later zat ik op een bankje achterin de kerk. De kerk was afgeladen geweest, de dag van Setty's begrafenis. 
De man wilde wel met ons zoeken naar de goede plek nadat we hem twee keer hadden verteld dat we twijfelden welk graf het was. Hij bleek hardhorend. Hij zou hulp vragen aan de heilige Antonius. Zijn eigen doopnaam was ook Antonius, dus we zouden het zeker vinden, en dan zouden we bidden bij het juiste graf.
We liepen over het pad terug naar het kerkhof. Na afloop van de dienst waren we in dikke, langzame, huilende rijen langs het graf geschuifeld.
Het regende toen. Nu miezerde het een beetje. 
Na enig overleg met Antonius waren we er zeker van welk van de twee graven het was.
Antonius keek me loensend aan en vroeg of hij met het gebed zou beginnen.
Ik knikte door mijn tranen. Op zijn wang groeide een rare haar zag ik. 

Antonius begon zijn gebed:
Lieve Heer
hier liggen drie kinderen
we willen U niet hinderen
zij zijn bij U in de hemel
zoals deze twee mensen
die naast mij staan ook op een dag wensen 
te zijn
de kinderen zijn bij U op een goede plek
Lieve heer wij staan hier te bidden
en niet te smeken of te preken
Ik bid voor de drie kinderen
en voor deze twee mensen naast me
Laat ze niet scheiden
want scheiden doet niet verblijden, 
nee, scheiden doet lijden
geef deze mensen, hun wensen
een broodje van Kootje
En lieve heer, als toetje
doen we nog een Maria-weesgegroetje.
Amen.

Na het weesgegroetje hebben we kaarsjes in de kerk gebrand, samen met Antonius ('zeg maar Eddie, hoor'), kerkbewaarder en vinder van verloren zaken. 

maandag 16 januari 2012

Setty

Sommige mensen zeggen tegen me dat ze het niet zouden aankunnen, de situatie waar ik in zit.
Eerlijk gezegd is dat wat ik drie maanden geleden ook zou hebben gezegd, en het is precies wat ik dacht toen we bij het eerste slecht nieuws gesprek vandaan kwamen: dit kan ik niet aan.

Het is moeilijk je voor te stellen hoe sommige dingen of situaties zullen zijn, als ze er niet of nog niet zijn. Zeker als het situaties zijn die je je helemaal niet wilt hoeven voorstellen. Hoe voelt het om met je hand door een spijker te vallen? Hoe is het als je thuis komt, en je huis is tot de grond afgebrand? Hoe voelt het als je door het ijs zakt en niet meer weet of je naar licht of donker moet zwemmen?

Toen ik zestien was, gebeurde er op de weg voor ons huis een ongeluk. Een harde klap en daarna stilte. Er was een omstreden vluchtheuvel op het midden van de Kruisweg: sinds dat heuveltje geplaatst was, waren er al diverse automobilisten tegen het paaltje gereden. Deze keer was de klap zo hard dat ik naar buiten ging om te kijken. Er stonden al veel mensen te kijken.
Ik zag een rode Volvo stationcar op de weg, met ingedeukte voorkant. De bestuurster zat nog voorin. Een tweede auto, zwaar gehavend, lag half in de sloot naast de weg. De zwaailichten van de ambulances weerspiegelden in het water en schenen over de gezichten van de toeschouwers. Er werd iemand in de ambulance gelegd.
Naast  de sloot, tussen de bomen aan de waterkant, lagen twee zwarte zakken. Het soort zakken ik wel eens op tv bij detective-series had gezien, body bags. Dode mensen.
Een van de toeschouwers zei dat er in de auto een moeder met drie kinderen had gezeten. Ik probeerde me voor te stellen hoe erg dat was: een moeder met haar kinderen dood. Hoe dramatisch het ook klonk, ik kon er niet om huilen. Niet om die hopeloos verfrommelde goudkleurige auto en niet om die twee lijkzakken. Ik vroeg me af of ik er wel om zou kunnen huilen als het iemand zou zijn die ik kende.
Verward lag ik hier even later in mijn bed over na te denken.

De volgende dag belde mijn vriendin I. om te vragen of ik van het ongeluk had gehoord. Ik begon al te vertellen wat ik had gezien  – recht voor onze deur! Ik hoorde een keiharde klap! De Ford Mustang was total loss – toen ze me vertelde dat een meisje uit onze klas in die auto had gezeten. Niet met haar moeder, maar met haar kleine broertje en zusje, en haar oudste zus achter het stuur. Ik ging op de trap zitten en was stil.
In een van die zwarte zakken aan de waterkant had Setty gelegen.
En daar was het antwoord op mijn vraag: ja, daar zou ik heel erg hard om kunnen huilen, als het iemand was die ik kende. Vreselijk hard zelfs, daar op de trap.

Sommige dingen kun je je niet voorstellen, andere dingen wil je je niet voorstellen. En weer andere dingen, die dringen zich opeens op als werkelijkheid en dan kun je je niet meer voorstellen dat het ooit anders was.