Posts tonen met het label eindscenario. Alle posts tonen
Posts tonen met het label eindscenario. Alle posts tonen

zondag 6 mei 2012

Pijn II

Tot mijn grote schrik kom ik steeds maar verontrustende eindscenario’s tegen zoals cachexie. Uitgemergeld aan je eind komen.
Ik vroeg aan mijn oncoloog of uithongeren de zekere weg is die mij te wachten staat. Ik word een beetje nerveus van al die vragen waar niemand me een antwoord op kan geven, laat staan een geruststellend antwoord. Maar soms moet ik het toch vragen. Hoe lang, hoe vaak, hoe erg.
Natuurlijk antwoordde hij dat niets zeker is, maar dat het bij pancreaskanker wel een denkbaar scenario is.
Ik zei dat ik zo op zie tegen het einde.
Hij vroeg waar ik precies bang voor ben. Ik dacht er even over na, maar omdat ik bang was om in huilen uit te barsten en omdat ik niets beters kon verzinnen, zei ik: ‘Pijn’.
Het hielp ook dat het heel concreet was, omdat ik pijn voel in mijn buik. Nog steeds, al dagen. Vervolgens ging ik alsnog zitten huilen.

Qua fysieke pijn kon hij me geruststellen met het vooruitzicht van een goed pijnteam, een pijnpoli, een heuse hoogleraar pijn, morfine-achtige medicatie en blokkades van de plexus; pijn was iets waar ik me misschien niet al te druk over moet maken. Nu.

Maar mijn angst is veel meer omvattend dan pijn, zeker dan alleen fysieke pijn.
Ik ben er bang voor om met grote angstige ogen in bed te liggen, te slap en te moe om iets te kunnen doen of zeggen. Broodmager, terwijl iedereen eet en ik geen hap meer door mijn keel krijg. Ik ben bang om gevangen te zitten in een lijf dat niet meer wil. Ik ben bang om mijn levenslust te verliezen, bang om steeds meer te slapen, moe te zijn, weg te drijven, af te haken. Bang voor slangetjes in mijn lijf, bang voor slapen in mijn eentje.
Bang om misselijk te zijn, bang om toch pijn te hebben, bang om geen pijn te hebben want dan ben ik misschien al half aan het doodgaan, bang om van alles te missen in de rest van het huis als ik in bed lig, bang om gek van verdriet te worden dat de wereld gewoon doordraait en alles gewoon verder gaat en dat ik er niet meer aan kan deelnemen. Bang dat mijn hart breekt als ik de kinderen in de andere kamer hoor en ze mij niet horen als ik roep.
Bang dat ik chagrijnig word van pijn en ellende en alleen nog maar onaardig doe tegen iedereen en dat niemand me dan meer lief vindt
Bang dat ik dat niet kan, terminaal ziek zijn. Bang dat ik dan heel hard wil gillen en schreeuwen, en schoppen en krabben maar er de kracht niet voor heb.
Gewoon zo bang dat het pijn doet.

Dat bedoelde ik eigenlijk met ‘pijn’.