Posts tonen met het label feest. Alle posts tonen
Posts tonen met het label feest. Alle posts tonen

woensdag 23 mei 2012

Kado

Kanker is een kado.
Dat stond op een poster in een Amerikaanse tv-serie. Het stond er niet in het Nederlands natuurlijk, maar er stond ‘Cancer is a gift’. De poster hing in een lokaal waar een praatgroep voor mensen met kanker in een kring bij elkaar zat.
Kanker is een kado.
De mensen van de praatgroep hadden zichzelf en elkaar wijsgemaakt dat kanker iets goeds was dat ze was overkomen. Want hierdoor hadden ze mooie inzichten in het leven gekregen.  Dat kan ik bevestigen. Prioriteiten in het leven worden glashelder, en het groen van ontluikende blaadjes lijkt nu nog groener en frisser.  Als je kanker hebt en weet dat je vermoedelijk binnenkort dood gaat – en ik zeg met nadruk vermoedelijk – komen alle indrukken intens en in hun puurste vorm binnen.
Kanker maakt dat je geniet van het leven – zo lang het nog duurt – dat je onbevangener houdt van mensen waar je al van hield, en dat je iedere dag als een geschenk beschouwt. Dat is waar.

Ik heb nog nooit zoveel kado’s uitgepakt als het afgelopen halfjaar.
Glanzend papier van boeken gescheurd, bloemetjespapier van kristallen engeltjes getrokken, strikken van juwelendoosjes met klavertjevier-ketting of oorbellen afgehaald. Ontroerd wikkels van chocoladerepen en –bonbondoosjes  geschoven, lachend het transparante folie van badschuim  of zeepjes gehaald  en cd’s uit knisperend kadopapier gehaald.
Het voelt bijna alsof ik al een halfjaar non-stop jarig ben. Een feest van onbevangen liefde, vrolijke slingers, kado’s en genieten geblazen. De chemo, bijwerkingen, paniekaanvallen, ziekenhuisbezoeken, pijn, pijnstillers, verdriet, woede, huilbuien, doodsangst en andere ellende even buiten beschouwing gelaten.

Kanker is een kado.
Ik weet niet van wie dit prachtige kankerkado afkomstig is, maar als diegene het bonnetje nog heeft...





zaterdag 24 december 2011

Familieportret

Na twee goede en drukke dagen – gisteren foto's laten maken van ons gezinnetje, chanoeka-kaarsjes aangestoken en diner bij vrienden en vandaag bij andere vrienden een heerlijke kerstlunch – ben ik nu in een diep dal. Het lijkt wel of ik alle fases van rouw nog een keer, maar nu achterstevoren doormaak en in verdriet blijf steken.
Alsof juist door die twee goede dagen de angst dat ik de rest van het grote feest moet missen immens groot is geworden. Het overvalt me.
Ik wil niet weg, ik wil nog van alles doen, ik moet nog zo veel vertellen aan de kinderen. Ik moet ze nog zinnige en vast ook heel onzinnige adviezen geven over het leven en de liefde, ze volstoppen met liefde, ze vermanend toespreken, ze vertellen over mijn jeugd, ze me laten beloven dat ze nooit zonder lampjes in het donker zullen fietsen, dat ze altijd eerlijk zullen zijn, dat ze goed hun best zullen doen bij alles wat ze doen, dat ze geen vuurwerk van de straat moeten oprapen en dat ze nooit vergeten dat ik van ze hou. Of, moet ik zeggen, dat ze nooit vergeten dat ik altijd van ze hield? Of blijf je gewoon van mensen houden als je dood bent? Ja, ja, ik blijf van mensen houden als ik dood ben. Later. Op een dag, ver weg.

En Klaas, daar moet ik nog heel veel wandelingetjes mee door de stad maken, en in bed praten over de kinderen, over ons bandje, over onze derde cd die we gaan opnemen, lachen als hij Sufjan Stevens met zijn gitaar imiteert, me verbazen over hoe goed hij gitaar speelt, en andere dingen kan die ik niet ga vertellen op mijn blog. Ik moet zijn hand nog lang vasthouden en hem vertellen dat het allemaal wel weer goed komt, en dat hij geen beren op de weg moet zien als we de weg nog niet eens ingeslagen zijn. Dat hij soms meer moet luisteren dan praten, maar dat hij dat ook wel weet. Bovendien moeten we nog heel vaak kamperen in Spanje en wandelen in de Alpujaras of bij de tent in de hangmat liggen. Op een breed, bijna leeg strand door de branding lopen en de zon voelen op onze rug. Wandelen in Engeland in de regen en mopperen dat een van de kinderen zijn regenjas onderweg is verloren.
Ik wil het niet, ik wil het niet, ik wil het niet! Ik vertik het om dood te gaan!
Want er moeten nog meer feestjes en etentjes komen hier bij ons thuis, met mijn vriendinnen en vrienden, en dat ik dan het eerste uur denk dat er niemand komt, maar dat het uiteindelijk stampvol is. En we moeten weer een keer lampionnen met een wens de lucht in laten zweven (en de boom in de straat bijna in de fik steken) en praten over alle dingen die we nog willen gaan doen.

Ik schaam me ook een beetje voor de ijdele angst: de angst dat ze me vergeten. En dat ze zonder mij niet iedere dag een schone onderbroek aan zullen trekken. Nou ja, Klaas wel natuurlijk.
Ik wil niets missen, ik wil het opgroeien van de kinderen niet missen, het grijzer worden van Klaas, eigenlijk wil ik gewoon de rest van mijn leven niet missen.
En dus moet ik nu extra goed opletten en kijken. Alle geuren, smaken, woorden, kusjes en omhelzingen met volledige aandacht opnemen, maar dat gaat natuurlijk niet.

Gisteren kwam Sue foto's maken. Ik had me eigenlijk alleen maar verheugd op mooie foto's maken en me niet zo gerealiseerd hoe verdrietig het zou zijn. Ze heeft een heleboel foto's gemaakt, de hele middag lang. Ze heeft een gezinsfoto gemaakt, waar we op staan zoals we op het geboortekaartje van Lulu getekend zijn. Op dat kaartje staan we vrolijk en met veel bloemen, maar bij het fotograferen hing er een zweem van treurnis: we speelden een vrolijk gezin, want eigenlijk waren onze harten gevuld met tranen.

Klaas stelde voor om met zijn tweeën ook wat liedjes te spelen, zodat we samen muziek makend op de foto staan. Toen moesten we allebei erg huilen. Want we moeten ook nog samen heel veel liedjes maken en spelen. Ik heb gewoon helemaal geen tijd om dood te gaan.